donderdag 26 mei 2011

“Ik ben ijdel dus ik ben…”

            Ik ben ijdel dus ik ben. Wat betekent ijdelheid. En is dat juist goed of niet? Zijn we niet al te ijdel geworden? Dat zijn vragen die gesteld worden in de aflevering “Ik ben ijdel, dus ik ben…” van de serie “Dus ik ben.” Ik zal de denkwijzen van drie verschillende personen behandelen die in het programma worden geïnterviewd. Ik heb voor deze drie gekozen omdat ik hun denkwijzen interessant vind en ook hun persoonlijkheden.

Volgens filosoof Frank Meester is ijdelheid een goede middenweg tussen jezelf “wegcijferen” en narcisme. Ik denk dat hij hier voor een deel gelijk in heeft, vanwege het feit dat jezelf wegcijferen zeker slecht is, net als narcistisch zijn, maar dat je in sommige gevallen best iets meer naar de narcistische of de wegcijfer kant mag hellen. Wanneer je dat niet doet, zou de ijdelheid bijvoorbeeld kunnen overgaan in onverschilligheid of brutaliteit. Een voorbeeld hiervan lijkt me bijvoorbeeld de leraar-leerling verhouding. Wanneer een leerling iets uitgelegd krijgt van een leraar, past volgens mij enige bescheidenheid en hel je dus iets over naar de wegcijferkant.
Vervolgens gaat het programma verder met twee mimeactrices die zich afvragen of iedereen zichzelf speelt en of dat ook werkelijk is wie we zijn. Ik denk dat Suzan Boogaerdt en Bianca van der Sloot hier zeker een punt hebben vanwege het feit dat bijna iedereen zich constant (bijvoorbeeld op school) afvraagt: “Hoe kom ik over? Zit mijn haar nog goed? Past dat shirtje wel bij mijn schoenen?”. Iedereen is zo bezig met zijn/haar uiterlijk dat we een beetje van onze ware ik zijn afgedreven.
De laatste persoon van wie ik de visie zal behandelen is Tv-presentator Arie Boomsma. Hij vindt ook dat ijdelheid goed zolang het maar gaat om relevant willen zijn en erkend worden en je niet alles naar je toe wil trekken en denkt dat alles om jou zou  moeten gaan. Wanneer dit wel gebeurt vindt hij ijdelheid een slechte eigenschap, maar geen zonde. Hij vindt van zichzelf dat hij ijdel is op de goede manier. De erkenning die hij krijgt, geeft hem het gevoel dat hij ergens aan bijdraagt. Hier hecht hij waarde aan. Ik denk zelf dat Arie Boomsma gelijk heeft omdat je best ijdel mag zijn maar je wel in de gaten moet houden dat je anderen mensen niet wegcijfert. Als je dit toch doet, gaat ijdelheid over in arrogantie en onverschilligheid.
Nu we de visies van drie (of eigenlijk vier) personen hebben behandeld, blijft alleen de vraag over: “Ben ik zelf ijdel?”. Ik denk dat ik in zekere zin ijdel ben. Ik sta niet de hele dag voor de spiegel om te kijken of mijn haar goed zit, maar ik cijfer mezelf ook niet weg tegenover bijvoorbeeld klasgenoten. Ik denk dus dat ik ijdel ben op de goede manier en dat ik hiermee een goede middenweg gevonden heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten